Trouw
Start Omhoog NRC Handelsblad NRC Handelsblad EO Boekenwijzer Trouw Friesch dagblad Reform. Dagblad 1 Reform. Dagblad 2 RKNieuws.net De geheimen van Maria Magdalena Achtergronden Da Vinci Code gnosticisme Times of London Weekly Standard Catholic News Service Chicago Sun-Times New York Daily News CNN Crisis The Da Vinci Hoax Envoy Haaretz Daily Introvigne Our Sunday Visitor Pittsburgh Post-Gazette

 

Start
Omhoog

Een echt geheim is echt gebeurd

Trouw, 4 september 2004, Pieter van der Ven

Het Louvre bestaat, de katholieke organisatie Opus Dei bestaat, en zo heeft Dan Brown in zijn bestseller De Da Vinci Code meer elementen uit het echte leven gebruikt. De lezer twijfelt niet meer: er zal ook wel een Priorij van Sion zijn. En vast loopt er ergens een Silas rond, een monnik van Opus Dei. Als Dan Brown al weet dat leden van het Opus Dei nooit in pij lopen, dan houdt hij die wetenschap goed geheim.

De verpletterende verkoopcijfers van Dan Browns 'De Da Vinci Code' (DVC) en van zijn al iets oudere boek 'Het Bernini Mysterie' ('Angels and Demons') maken het onwaarschijnlijk, maar misschien is er ergens, in een uithoek, een aan deze wereld ontrukte die toch niet weet wie Robert Langdon is en die geen bloedstollende uren met hem, met Sophie Neveu dan wel met Vittoria Vetra heeft doorgebracht, niet mee is afgedaald in de geheimen achter kunstwerken, wetenschap, religie en de Europese geschiedenis, niet heeft gepuzzeld op codes en cijferreeksen, naar anagrammen en ambigrammen heeft getuurd - als je daar al het geduld voor opbracht en niet haastig verder las.

En zo gaat het van moord naar moord, van gesel naar brandmerk, van het Louvre naar Westminster Abbey en het multimiljoenen-fort van Opus Dei, van het onderaardse atoomonderzoekscentrum CERN in Genève naar de meest gesloten archieven in het Vaticaan en de passetto, de vluchtweg van de pauselijke vertrekken naar de Engelenburcht. Eeuwenoude broederschappen, genadeloze complotten, schokkende onthullingen, vrome schurken, prelaten zonder of met verknipt geweten, de kerk waarvan het geloofsfundament al in de eerste eeuwen zou zijn verrot, zaken van leven en dood, die dus moeten worden uitgezocht van de tinnen van de Sint Pieter tot aan de bodem van de rots waarop de kerk is gebouwd.

Een amalgaam van spanning en sensatie, waar de lezer ook nog eens in verteerbare dosering informatie krijgt toegediend over geschiedenis, kunstgeschiedenis, kerkgeschiedenis, natuurwetenschap, theologie en spiritualiteit.

In zijn boeken, in interviews bezweert Brown dat het verhaal en de personen weliswaar fictie zijn, maar dat alles rust op feiten en degelijk onderzoek. Zijn vrouw, kunsthistorica, bracht hem op het spoor van de Priorij van Sion; zelf wilde hij er eerst niet aan, als te fantastisch, maar hij heeft zich laten overtuigen, zegt hij. En zo schrijft hij een boek vol raadsels die een Harvard-professor in religieuze symboliek en een schrandere cryptologe in een run tegen de klok moeten oplossen. Brown laat de lezer in twijfels: wat is nu precies waar? wat is écht gebeurd? waar begint het verdichtsel of is het er van den beginne?

Brown hamert op echtheid: de Sint Pieter, de kerken in Rome, de Santa Maria del Popolo met de Capella Chigi en Bernini's beeld van Habakuk en Bernini's beeld van de heilige Teresa van Avila in de Santa Maria della Vittoria, óók heel echt, te echt misschien. En het Louvre met z'n Mona Lisa en z'n omgekeerde piramide. Geen twijfel.

In het rijtje 'waar en echt gebeurd' past volgens Brown ook de Priorij van Sion (DVC). Hij verwijst naar niet lang geleden in Parijs ontdekte documenten. En al even echt zijn in 'Het Bernini Mysterie' (BM) de Illuminati, de 'verlichten', die sinds de dagen van Copernicus en Galilei strijden tegen de obscurantistische aartsvijand van rede en wetenschap: de rooms-katholieke kerk.

De boeken van Dan Brown zijn al vergeleken met die van Umberto Eco, vooral diens 'De naam van de roos', ook zo'n geweldige hit, uit 1980 al weer. De overeenkomst is het explosieve mengsel van misdaad, fanatieke godsdienstigheid, fantastische locaties en de suggestie van eeuwenoude mysteries die misschien wel kloppen. Dat mengsel is van zichzelf al zo smeuïg dat Eco en Brown voor hun succes nauwelijks seks nodig hadden.

Verschillen tussen beiden zijn er ook. Eco is zelf een knappe professor, die ten einde raad zijn kennis maar in een verhaaltje verpakte omdat hij het elders niet kwijt kon. Brown is op z'n best een handige verkoper van tweedehands gedachtegoed, bekwaam in het mixen ervan en het mystificeren van de oorsprong.

Maar Eco was de eerste noch de enige schrijver van relimisdaad. Dan moet je niet direct denken aan eerwaarde speurders als Lapo Mosca van Helène Nolthenius of Father Brown van Chesterton en Broeder Cadfael van Ellis Peters. Zij bieden simpele plots, waarbij religie een plaats heeft in het decor. Denk evenmin aan de nieuwe hausse van thrillers met sterk Amerikaanse, evangelicale achtergrond - van auteurs als Frank Peretti of 'Left Behind' van Jenkens en Lahaye, die variëren op eindtijdthema's van Mattheüs 25 of het boek Openbaring. Daar is de good guy een bijbellezende, rechtzinnige kerkganger die geen drugs gebruikt, niet vloekt en geen homo is, de bad ones denken het beter te weten dan God, zoals over het aantal dagen dat Hij nodig had om de aarde te scheppen.

In het genre waar Dan Brown in past, ontpopt de godsdienst zelf zich als locus delicti, is zíj de boef, meer nog dan de personen die geloven dat hun hoge doel alle middelen heiligt. Denk bijvoorbeeld aan boeken als 'Het Qumran-Mysterie' van Eliette Abécassis, het 'Judas Testament' van Daniel Easterman of 'The Day of Confession' van Allan Folson. Geen hypes als Eco of Brown, wel tijdelijke bestsellers, die spelen met de oeroude twijfel of de kerk een heilige geloofsschat verkondigt of juist een brute macht is, die over lijken gaat om waarheid te verhullen, die knollen voor citroenen verkoopt, stenen voor brood.

In het 'Judas Testament' duikt de ene, eigenhandig geschreven brief van Jezus op, met een radicale boodschap die hiërarchie en catechismus voorgoed overbodig maakt, tenzij de kerk haar verdonkeremaant. De parallel met de DVC is overduidelijk: het grote geheim dat Jezus nooit een mannenkerk heeft gewild, dat deze een perversie is van zijn volgelingen die hem, Maria Magdalena en hun dynastie terzijde hebben geschoven voor eigen macht en gewin. Nog wijst in het Louvre de punt van de omgekeerde piramide (de gekantelde hiërarchie) naar het graf van Maria Magdalena - wat zou er gebeuren als iedereen erachter kwam?

Wat kan het schelen? De volksstammen die Browns boeken de afgelopen zomer hebben verslonden, hadden zij de portee wel door? Het 'zijn of niet-zijn' van 2000 jaar christelijke traditie staat hier op de tocht. En verbeeld je, dan zitten miljoenen lezers, voor wie die hele christelijke traditie, heilige plaatsen, theologische dilemma's worst zijn, hun nagels op te vreten bij Langdons queeste naar de 'Heilige Graal' of naar het vreselijke lot dat het Vaticaan vanuit zijn eigen diepste krochten bedreigt.

Sommigen zien graag overal vlammetjes van religieuze opleving. De relithriller kan een ruwe 'wolk als een manshand' zijn, een ongepolijst vermoeden van spirituele waarden, een hang naar mystiek zonder kerk of clerus. Het tegendeel kan ook. We lezen Brown zo graag, want op elke bladzijde bevestigt hij met een zweem van eruditie dat kerk en geloof allemaal achterlijkheid, bedrog en bederf is. En dan is er ten derde nog een brede tussenweg: álles is soap, alles is amusement. Bankwereld, royalty. politiek, olie, hotel- en ziekenhuiswezen, advocatuur, de aso's - maar niets is zo'n dankbare en onuitputtelijke bron als de heilige moederkerk, wereldwijd vertakt, met een veel langere al dan niet verborgen geschiedenis, waar heiligen en zondaars, engelen en demonen altijd als broeders van één huis hebben samengewoond.

Inderdaad komt het Opus Dei, de wereldwijde rk organisatie met een ijzeren reputatie van rechts, rijk en machtig, er in De Da Vinci Code niet best af. De fanatieke moordenaar Silas is zo gestoord dat dit Opus Dei-lid nog enige deernis wekt, heel anders dan de doortrapte geldwolven achter hem in de hoofdkantoren van dit godgewijde werk.

Al maandenlang bestrijdt Opus Dei op zijn website (www.opusdei.org) Browns beschrijving van het Opus. "We benadrukken dat DVC een fictief werk is. Iedere andere voorstelling van zaken is een misleiding van de lezer en een belediging van het christendom en de rooms-katholieke kerk." Volgt een lange lijst van mensen die getuigen hoe voortreffelijk Opus Dei is en verder een eigen op-de-borstklopperij en links naar negatieve recensies van de Code.

Het is een wat treurige illustratie van Browns ongelijk over Opus Dei. Wie zo armoedig, zonder poëzie, speelsheid of grandeur op de vermeende schade aan zijn imago reageert moet wel de rijkdom en het talent missen die Brown achter en binnen het Opus Dei vermoedt. Voor ware slechtheid heb je fantasie nodig, geen benepen geest.

Wat is de waarheid? Browns boeken wemelen in details van slordigheden en onkunde, klokken zonder klepel. Neem de monnik-in-pij van Opus Dei: ondenkbaar. Of een kardinaal van Frankfurt, de 'monnik' van de Big-Bangtheorie is in feite een Belgische priester-professor. Maar dat is allemaal voor de kniesoren.

Er is iets anders. Nieuwtestamenticus mr.dr. Patrick Chatelion Counet van de RU in Nijmegen heeft een zwak voor het genie van Leonardo da Vinci. Brown ook, maar Chatelion niet echt voor Brown. Diens zogenaamde onderzoek voor DVC is helemaal gebaseerd op het boek 'Holy Grail Holy Blood' van Leigh en Baigent uit 1982. Baigent, is een 56-jarige Nieuw-Zeelander, met al een reeks boeken op zijn naam, zoals dat over de Dode-Zeerollen en hoe Joden en christenen de waarheid daarachter hebben verborgen. Net als in zijn andere boeken weeft Baigent in de bestseller 'Holy Grail' verhalen en complotten over Tempeliers, Kruistochten, Merovingers, Rozenkruisers en Vrijmetselaars ineen, legenden deels misschien van oudere oorsprong maar toch niet heel oud - zeer geschikt om er verborgen rituelen voor diverse graden van inwijding mee op te voeren, rijk aan symboliek van licht en bloed, van wachtwoorden en de gouden reeks van Fibonacci en van eerbetoon aan de Godin - een verzonnen traditie.

Brown volgt 'Holy Grail, Holy Blood' op de voet, stelt Chatelion, maar in diens verantwoording noemt Brown zijn voornaamste bron niet, wel ziet de cryptologe het in de boekenkast. Chatelion verklapt dat Brown hier ook weer de lezer bij de neus neemt. Een belangrijke figuur in de Code is ene Leigh Teabing en zonder dat de lezer het krijgt uitgelegd is deze naam een anagram van Leigh en Baigent, de auteurs van 'Holy Grail'. Fraaier kun je de cirkel van de drogreden van bewijs tot waarheid nauwelijks trekken.

En hoe zit het nou met Maria Magdalena en Jezus? Bezie de wereldberoemde fresco van Leonardo da Vinci's Laatste Avondmaal in Milaan. Is die figuur aan Jezus' rechterhand de jonge Johannes of toch Maria Magdalena? En vormen zij daar getweeën de M van matrimonium (huwelijk)? Volgens Patrick Chatelion is het niet te zien en niet te weten. Hij stelt vast dat zelfs de figuur van Christus op het origineel steeds verder afbrokkelt en vager wordt. Hoe symbolisch: de ware Jezus staat ons niet ter beschikking.

Geloof of speculatie? In Het Bernini Mysterie komen twee priesters voor die vader zijn, de ene heeft een dochter, de andere een zoon. Geen van beide priesters heeft ooit dat heel erge gedaan, en toch. Het is de voorafschaduwing, zeg de prefiguratie van wat pas in het volgende boek van Brown mag worden onthuld. De successchrijver is uit de bloedlijn van iets tot dusver verzwegen stormachtigs met Miss Marple en Father Brown.

 

Opus Dei - Escriva Works - Romana - heilige Jozefmaria - De Boog 
Gegevens over Opus Dei 
Vaticaan - Katholiek Nederland

Nedstat Basic - Gratis web site statistieken
Eigen homepage website teller