De geheimen van Maria Magdalena
Start Omhoog NRC Handelsblad NRC Handelsblad EO Boekenwijzer Trouw Friesch dagblad Reform. Dagblad 1 Reform. Dagblad 2 RKNieuws.net De geheimen van Maria Magdalena Achtergronden Da Vinci Code gnosticisme Times of London Weekly Standard Catholic News Service Chicago Sun-Times New York Daily News CNN Crisis The Da Vinci Hoax Envoy Haaretz Daily Introvigne Our Sunday Visitor Pittsburgh Post-Gazette

 

Start
Omhoog

De geheimen van Maria Magdalena

Op 23 februari 2006 hield Maria Magdalena-expert dr. Esther de Boer de lezing De geheimen van Maria Magdalena tijdens het symposium De Da Vinci Code: een theologische thriller. Hieronder vind u de tekst van haar lezing.

Dan Brown’s bestseller De Da Vinci Code is fictie. Je moet het dus niet lezen als non-fictie. Dat is een belangrijk uitgangspunt voor elke evaluatie van de ideeën die daarin beschreven staan.

Natuurlijk, Dan Brown heeft onderzoek gedaan voor zijn boek, maar als elke schrijver van fictie, gebruikt hij de ideeën die hij gevonden heeft. Hij interpreteert ze en herschept ze, overdrijft ze met het oog op het plot van zijn boek. Dat neemt niet weg dat je als lezer desondanks betrokken kunt raken bij wat in Dan Brown’s thriller centraal staat: een alternatieve visie op de geschiedenis van het vroege christendom. Niet gezien door de ogen van de overwinnaars, maar gezien door de ogen van de verliezers.

Dan Brown stelt de lezer met zijn boek voor belangrijke vragen. Hoe zijn de geloofsvoorstellingen die bij onze cultuur zijn gaan horen nu precies ontstaan? Hoe zag het schiftingsproces eruit? Wat is er verloren gegaan? Wat betekent het voor onze cultuur dat in de christelijke kerk één God aanbeden wordt? Waarom heeft de kerk seksualiteit als zondig voorgesteld en wat heeft die opvatting voor invloed gehad? Waarom behoren er geen vrouwen tot de hiërarchie van de meeste kerken en waarom is Maria Magdalena eeuwenlang afgebeeld als prostituee?

In De Da Vinci Code komen we mensen tegen die op deze vragen wel heel bijzondere antwoorden geven. De oude vruchtbaarheidsriten zouden bewaard zijn gebleven door een organisatie die de Priorij van Sion heet. Die Priorij zou ook documenten onder haar hoede hebben, waaruit zou blijken dat Jezus van Nazareth en Maria Magdalena getrouwd waren en een kind hadden. Brown suggereert dat ze volgens de Priorij van Sion geen partners in een gewoon huwelijk zouden zijn geweest, maar partners in een heilig huwelijk, gesloten tijdens een zalvingritueel dat destijds bekend was in de Hellenistische wereld. Maria Magdalena zou daarbij het vrouwelijke goddelijke vertegenwoordigd hebben of anders gezegd gefungeerd hebben als priesteres van de Godin, die Jezus zalfde als toekomstige koning. In een vruchtbaarheidsrite zouden ze één zijn geworden en heelheid hebben bereikt.

De Rooms-katholieke kerk zou Maria Magdalena met opzet als prostituee hebben afgeschilderd om daarmee haar rol als priesteres van de Godin te verdonkeremanen. Haar invloed moest teniet gedaan worden ten gunste van Petrus, terwijl volgens de oude documenten van de priorij van Sion Jezus niet Petrus, maar juist Maria Magdalena als opvolger zou hebben aangewezen. Door Petrus zou de ascetische en androcentrische kerk ontstaan zijn, die vrouwen het zwijgen opgelegd heeft en vrouwenzaken nooit heeft behartigd.

Dit geheim zou eeuwenlang bewaard zijn door de Priorij van Sion met mede weten van de Rooms-katholieke kerk, maar Opus Dei vreest dat dat geheim nu openbaar gemaakt zou worden. Deze basisgegevens vormen het plot van Dan Brown’s boek De Da Vinci Code.

De geheimen van de Priorij van Sion zouden een groot gevaar opleveren voor het voortbestaan van de kerk. Ze mogen niet openbaar worden, omdat ze de fundamenten onder de christelijke kerk vandaan halen. Ze bedreigen immers de mannelijke hiërarchie en het geloof in de ene mannelijke God. Bovendien tasten de geheime documenten van de Priorij van Sion de wortel van de christelijke geloofsvoorstellingen aan door Jezus als door en door menselijk voor te stellen, getrouwd en met een kind, en de aan hem toegeschreven goddelijkheid als een latere leerstelling zien.

Hoe komt Dan Brown aan dit plot?

Uit alles blijkt dat hij zich wel degelijk ingelezen heeft voor zijn boek, zoals hijzelf ook zegt. Op de boekenplank van Sir Leigh Teabing staan de voornaamste boeken waarop hij zich baseert. Dan vallen er namen als Michael Baigent, Richard Leigh, Henry Lincoln, Margaret Starbird en Lynn Picknett. Zij schreven over de Graal, de Priorij van Sion, de Tempeliers en over Maria Magdalena als priesteres van de Godin. Zij houden zich bezig met de verborgen betekenissen achter documenten en kunstwerken en achter de historische overlevering.

Maar Brown baseert zich voor zijn plot ook op andere literatuur. De laatste tientallen jaren is er veel nieuw onderzoek gedaan naar het vroege christendom en naar Maria Magdalena. Dit kwam vooral door de vondst van nieuwe geschriften bij Nag Hammadi in Egypte en al eerder in Achmiem en Oxyrhyinchus, ook in Egypte. Zo heeft de vondst van het Evangelie naar Thomas geleid tot een hernieuwde belangstelling voor de historische Jezus, de mens Jezus zo u wil, en de vondst van het Evangelie naar Maria heeft een vloed aan Maria Magdalena onderzoek ten gevolge gehad. Een andere belangrijke ontwikkeling is het ontstaan van genderstudies, van vrouwenstudies in alle disciplines, waardoor de bekende teksten met nieuwe ogen gelezen werden en veel vanzelfsprekendheden ter discussie kwamen te staan.

Uit dit nieuwe onderzoek heeft Dan Brown de meest radicale standpunten genomen voor de plot van zijn boek. Daarbij vervormt en overdrijft hij wat hij heeft gevonden. Zijn aanspraak op betrouwbaarheid geldt dan ook niet de uitspraken van zijn karakters, zoals hij zelf zegt, maar stelt dat de gebouwen, documenten, verenigingen en riten die hij in zijn boek beschrijft, ook echt bestaan.

Wat ik hier vanmiddag wil doen, is de meer aanvaarde standpunten van het nieuwe onderzoek naar Maria Magdalena aan u voorleggen. Wat zegt de Bijbel over Maria Magdalena? Wat heeft de kerkelijke traditie van haar gemaakt? En wat is dat Evangelie naar Maria toch?

De Bijbel & Maria Magdalena

Allereerst de Bijbel. De Bijbel zegt weinig over Maria Magdalena. Aan het eind van elk evangelie duikt ze plotseling op om vrijwel onmiddellijk weer in het niets te verdwijnen. Maar ondanks dat kun je aardig wat uit die paar teksten opmaken.

Uit haar naam bijvoorbeeld. De naam Maria Magdalena is een verbastering van Maria van Magdala. Magdala was een welvarende stad aan de westoever van het meer van Galilea: een handelsstad aan een internationale route waar mensen overal vandaan elkaar op de markt ontmoeten. Jammer genoeg had de stad ook in strategisch opzicht een gunstige ligging. Daarmee was Magdala een stad die zeer te lijden had van de Romeinse bezettingsmacht, en evenzeer van het verzet daartegen. Daar zijn gruwelijke verhalen over, te vergelijken met wat we weten over Srebrenica.

In Magdala groeide Maria Magdalena op, totdat ze leerling van Jezus werd. Want dat werd ze. Volgens de oudste bron, het Evangelie naar Marcus, volgde en diende ze Jezus. En volgen en dienen: het zijn dé woorden voor de activiteiten van leerlingen van een Joodse rabbi.

Vrouwen leerlingen van een rabbi? Kunstwerken, kinderbijbels, de zondagsschool, allerlei theologische werken: om het hardst promoten ze het beeld van Jezus met zijn twaalf discipelen.

Toch geeft het Nieuwe Testament Maria Magdalena duidelijk de functie van discipel. De vroege kerkvaders noemden de vrouwen die Jezus volgden ook ronduit discipelen. En ook in buitenbijbelse geschriften wordt over vrouwelijke leerlingen van Jezus gesproken.

Maria Magdalena: een discipel van Jezus

Dat betekent dat ze net als de andere discipelen alles achterliet om hem te volgen. Dat ze van Jezus leerde. Dat ze hem vragen stelde. Dat ze de reacties van de andere mensen zag, dat ze Jezus' kracht voelde. Zijn ontferming over de mensen, zijn scherpte in discussie.

Er is één verwijzing te vinden wat het volgen van Jezus voor Maria Magdalena betekend kan hebben. Het Evangelie van Lucas vertelt dat er zeven demonen van haar uitgegaan waren. Dat is speciaal voor Lucas. Sommigen menen dat Lucas het heeft toegevoegd om Maria Magdalena in diskrediet te brengen. Ze was blijkbaar niet goed snik. Of Lucas zou het toegevoegd hebben, om te benadrukken dat Maria Magdalena en de andere vrouwen Jezus uit dankbaarheid volgden terwijl de 12 mannen door Jezus speciaal tot navolging geroepen zouden zijn.

Anderen zeggen juist dat Lucas met de twaalf in Jezus gevolg verwijst naar de vroegere 12 stammen van Israël en de bevrijding en het herstel van het huidige volk. Met de genezen vrouwen en in het bijzonder Maria Magdalena zou Lucas willen laten zien dat de komst van het Koninkrijk van God naast de bevrijding van het volk ook volledige genezing van de ziel met zich meebrengt.

Lucas legt zelf niet uit, wat de verlossing van 7 demonen volgens hem precies zou betekenen. Eerst dachten de uitleggers bij de zeven demonen vooral aan zondigheid. Ze zouden staan voor de zeven demonen aan de hoofdzon¬den die de Rooms-katholieke kerk onderscheidt. Trots, hebzucht, gulzigheid, begeerte, luiheid, jaloezie en woede. Waarschijnlijk is het juister om bij demonen aan ziekte te denken: geestelijk, lichamelijk of psychosomatisch. Ik denk dat het het meest passend is om bij het getal zeven te denken aan de Hellenistische voorstelling van de ziel. Die bestond uit zeven delen: voelen, horen, tasten, proeven, zien, spreken en seksueel verlangen.

Die zeven leveren volgens de Hellenistische visie een verwarrende hoeveelheid aan indrukken en prikkels op die in toom gehouden moeten worden door het leidende deel van de ziel, het inzicht. Voor vrouwen is dat volgens de Hellenistische gedachte een zwaar karwei, want zij zijn van nature geneigd om zich juist te laten leiden door de zinnelijke ziel, door de prikkels die ze krijgen en de indrukken die ze opdoen.

Dat uit Maria Magdalena zeven demonen zouden zijn uitgegaan, wil dan zeggen dat zij dankzij Jezus geen speelbal meer was van haar prikkels en indrukken. Dankzij hem kon zij ze de baas.

Bij die prikkels en indrukken zouden we kunnen denken aan de stad Magdala. Aan de rijkdom van de Grieken en de armoede van de Joden. Aan de dreiging en het geweld rond de Romeinse bezetting. Aan de uiteenlopende geloofsvoorstellingen van de verschillende nationaliteiten, die in Magdala vertegenwoordigd waren.

Magdalena in de kunst

In de kunst zijn er haast geen afbeeldingen van Maria Magdalena en haar zeven demonen. Ik heb één afbeelding meegenomen.

Het is een houten beeldje van ongeveer een meter. Maria Magdalena staat rechtop, met in haar linkerhand een dicht olievaatje dat herinnert aan de dood en de opstanding van Jezus. De balsem om het dode lichaam mee te zalven was niet nodig. Het potje kon dicht blijven. Daar is haar blik vol concentratie op gericht. Haar rechterhand heeft zij op heuphoogte in een zegenend gebaar. Schuilend onder haar mantel staan daar de zeven demonen als een soort onvolgroeide wezentjes, die ze liefdevol onder de knie houdt. Het is een beeld van evenwicht, van rust.

En dat, terwijl ze zoveel heeft meegemaakt. Het lijden van de mensen uit haar tijd. Haar eigen lijden. De marteldood van haar leermeester, die zoveel betekende voor haarzelf en voor zoveel anderen. Maar toch.

Evangelie van Johannes

Het Evangelie naar Johannes vertelt daar wel het meest aangrijpend over. Het was gevaarlijk om naar Jezus' graf te gaan. Niet voor niets doet ze dat in het donker. Niet voor niets houden de andere discipelen zich schuil. Jezus was tenslotte niet om een willekeurig vergrijp veroordeeld, maar als Koning der Joden, als tegenstander van het Romeinse Rijk. Graven van politieke tegenstanders golden als plaatsen van mogelijke samenzwering. Wie een dergelijk graf bezocht, nam een groot risico en kon ook zelf gekruisigd worden.

En dan... Het graf geopend, het lichaam weg. Er zijn engelen. Er is de Heer, die leeft. En er is de opdracht: "Ga en vertel."

Hoe is het haar gegaan na die ingrijpende morgen?

Daar is vanuit de Bijbel en verder ook vanuit de eerste eeuw niets van bewaard gebleven. En dat is te betreuren. Wel is bekend dat Maria Magdalena met haar rol als getuige van de opstanding een groot probleem werd.

Celsus

In de tweede eeuw schreef de filosoof en politicus Celsus een boek tegen het opkomende christelijke geloof. Hij zag het christelijk geloof als een gevaar voor de mensen en als een gevaar voor de staat. Zijn boek was bedoeld als een scherpe waarschuwing en hij haalde alle argumenten uit de kast die maar tegen de christenen gebruikt werden.

Eén van zijn argumenten gaat in op het centrum van het christelijk geloof, het geloof in de opstanding. Hij schrijft:

We moeten de vraag onderzoeken of iemand die werkelijk stierf ooit weer opstond met hetzelfde lichaam.

U hoort het. Volgens Celsus is Maria Magdalena een hysterische vrouw die of door wishful thinking een hallucinatie heeft gehad, of, en dat laatste acht hij waarschijnlijker, haar verhaal over de opstanding uit haar duim zuigt.

Het is alsof je iemand uit onze eeuw hoort. Hoe bekend de redenering u misschien ook mag voorkomen, toch is het goed om de vraag te stellen waarom Celsus Maria Magdalena hysterisch noemt. Omdat ze echt hysterisch was in de pathologische betekenis van het woord? Je zou dan eventueel een verwijzing naar de zeven demonen verwachten, maar die geeft Celsus niet. Nee, het woord hysterisch verwijst naar de toen gangbare visie dat een vrouw al gauw naar religieuze excessen neigt.

Het was voor de vroege kerk ontegenzeggelijk gemakkelijker geweest als er alleen maar mannenbroeders bij het Paas-verhaal hadden thuis gehoord.

En daar hebben we dan Maria Magdalena: een vrouw die van Jezus het woord moest nemen over de opstanding.

Reactie kerk

Hoe heeft de kerkelijke traditie daarop gereageerd? In de loop der eeuwen werd de bijbelse Maria Magdalena vervormd van de eerste getuige van de opstanding tot de grote zondares, de hoer, die zich, dankzij Jezus van haar seksuele leven afkeerde om een leven van gebed en aanbidding te leiden. Men zag in haar de zondares uit Lucas 7 die Jezus’ voeten zalfde en door hem vergeven werd en ook werd ze gelijkgesteld aan de zuster van Martha uit Lucas 10 die het beste deel koos door van hem te willen leren.

Zo kon ze een voorbeeld worden van Gods grote liefde en van de kracht van bekering. Uit de diepste diepte had ze zich immers opgewerkt tot een groot vriendin van Jezus en dus God. Daarmee heeft ze vrouwen en mannen geïnspireerd. Catharina van Sienna bijvoorbeeld liet zich door dit beeld van Maria Magdalena leiden tot haar leven van wijsheid en raadgeefster van Paus en koning.

Aan de andere kant vervormde de kerk Maria Magdalena zo van een vrouwelijke apostel tot een voorbeeld van zwijgzame boetedoening. Ze werd als wapen gebruikt tegen alles wat met vrouwen en seksualiteit te maken had. Met dit beeld van Maria Magdalena heeft de kerk vrouwen klein gehouden en misbruikt. Vreselijke voorbeelden zijn daarvan. Heel recente voorbeelden. Denk maar aan de Magdalene Sisters in Ierland waar vrouwen in kloosters te werk werden gesteld en opgesloten, omdat ze of om hun mooie uiterlijk een gevaar op leverden voor mannen of ongehuwd een kind ter wereld hadden gebracht.

Maria Magdalena werd de verbeelding van het belangrijkste dogma van de kerk: die van zonde en vergeving. Volgens Luther kon je aan haar de grote genade van God aflezen. Volgens het eerste Vaticaans concilie kon je aan Maria Magdalena zien hoe belangrijk het is om te biechten en boete te doen. Geen bekering door genade alleen, maar door genade en werken. Ook toen al waren er protesten te horen tegen dit beeld van Maria Magdalena. Van humanistische kant bijvoorbeeld. Maar ook Calvijn noemt het een vertoon van grote onwetendheid die hij aan (ik citeer) ‘monniken en andere hypocrieten’ toeschrijft.

De Maria Magdalena uit het vroege christendom komt de laatste tientallen jaren sterk terug. In de negentiende en de twintigste eeuw zijn er teksten uit de tweede en de derde eeuw gevonden, die Maria Magdalena laten zien als een kenner van de Schrift en van de woorden van Jezus, als iemand met een groot inzicht en met een intense spirituele relatie met Christus.

Evangelie van Maria Magdalena

Het meest opmerkelijke geschrift is het Evangelie naar Maria. Het is het enige evangelie dat aan een vrouw wordt toegeschreven. En Maria Magdalena komt er bladzijdenlang in aan het woord.

Jammer genoeg is het Evangelie naar Maria slechts voor een gedeelte gevonden. Ongeveer de helft ontbreekt. Dat neemt niet weg dat er toch heel wat van begrepen kan worden.

Centraal in het Evangelie naar Maria staat de vraag naar het lijden. De discipelen willen het evangelie niet gaan verkondigen omdat ze bang zijn om dan net als Jezus gedood te worden. Ze zeggen:

Hoe zúllen we naar de volken gaan en hoe zúllen we het evangelie van het koninkrijk van de Zoon des Mensen verkondigen? Als ze Hem niet gespaard hebben, hoe zullen ze ons dan sparen?

Het antwoord van Maria is even eenvoudig als serieus:

Hij heeft ons toebereid, hij heeft ons Mens gemaakt.

Tegenover de angst voor het lijden ligt in haar visie de kracht van het nieuwe Mens-zijn dat Christus mogelijk gemaakt heeft. Ze roept de discipelen op om door de kruisdood heen de grootheid van Jezus te zien. Die grootheid waardoor de Nieuwe Mens geboren wordt.

Huil niet en wees niet bedroefd. Scheur je hart niet in tweeën. Laten wij liever zijn grootheid prijzen, want Hij heeft ons Mens gemaakt.

Volgens Maria Magdalena blijkt uit de reactie van de discipelen dat hun harten verscheurd en innerlijk verdeeld zijn: niet alleen gericht op wat van God komt, maar ook ontvankelijk voor vernietigende harstochten en emoties. Maria Magdalena herinnert de discipelen eraan dat niet het lijden van de Zoon des Mensen het laatste woord heeft, maar zijn grootheid. Een grootheid die gebleken is aan de discipelen zelf. De Zoon des Mensen is immers niet ten onder gegaan, maar leeft in hun hart en maakt de discipelen van mens met een kleine letter tot Mens met een hoofdletter. Zo zijn zij zelf het levende bewijs van de invloed van het Koninkrijk van de Zoon des Mensen.

Op Petrus' verzoek vertelt Maria dan over haar ervaring met Jezus. In het Evangelie naar Johannes zegt Jezus dat Maria hem niet moet vasthouden omdat hij nog niet opgevaren is naar de Vader. Over die weg omhoog, die Jezus heeft afgelegd en zo ook open¬gelegd, vertelt Maria in het Evangelie naar Maria. Die weg omhoog is een overwinning op vier tegenwerkende machten: Duisternis, Begeerte, Onwetendheid en Woede. Jezus laat zien dat wie het tegen die machten opneemt, zal merken dat ze machteloos zijn. Dat is de zekerheid waarvan de nieuwe Mens mag uitgaan. Het is een gegeven dat mij nogmaals doet denken aan het houten beeldje dat ik eerder beschreef.

Maar het Evangelie naar Maria zegt meer. Zoals Paulus waarschuwt tegen regels en wetten, buiten het ene gebod van de liefde, zo doet het Evangelie naar Maria dat ook. (Op dat gegeven is overigens de roman Volgens Maria Magdalena van Marianne Fredriksson gebaseerd.) Vervolgens wijst het Evangelie naar Maria op een scherpe en ook humoristische wijze met name twee regels af, die de broeders er toch op na blijken te houden.

Petrus heeft Maria gevraagd om te vertellen wat zij zich herinnert en wat de broeders niet weten. Wanneer ze aan dat verzoek voldaan heeft, meent Andreas plotseling dat Maria's woorden niet van Jezus kunnen zijn, juist omdat ze anders zijn dan wat de broeders al weten. En Petrus kan zich ineens niet meer voorstellen dat de Heer, als man, met Maria Magdalena, als vrouw alleen gesproken zou hebben, zoals hij eerst zonder aarzeling veronderstelde. In deze onverwachte discussie over Maria's betrouwbaarheid laat het Evangelie naar Maria zien dat de machten Duisternis, Begeerte, Onwetendheid en Woede ook de discipelen zelf parten spelen.

Op deze manier wijst het Evangelie naar Maria de twee regels die in de traditie een belangrijke rol hebben gespeeld radicaal af. Petrus met zijn inperkende regels voor vrouwen en Andreas met zijn door de broeders vastgestelde regels over wat tot de gedachtegang van de Verlosser zou horen en wat niet: het zijn deze regels die hen juist verhinderen om naar de woorden van de Verlosser te luisteren die alleen Maria Magdalena kent.

Zo werpt het Evangelie naar Maria niet alleen een nieuw licht op Maria Magdalena in het vroege christendom en ook op discussie over de rol van vrouwen toen, maar bekritiseert het tegelijkertijd een lange geschiedenis van regels en dogma's na die tijd waaronder velen en vooral vrouwen geleden hebben.

Gezien vanuit het Evangelie naar Maria heeft Dan Brown’s Priorij van Sion gelijk in de afwijzing van het beeld van Maria Magdalena als prostituee. Maar in tegenstelling tot de Priorij tekent het Evangelie van Maria haar niet als priesteres van de Godin. Ze is ook niet verwikkeld in een vruchtbaarheidsritueel. Zo wordt in Brown’s boek de betekenis van Maria Magdalena uiteindelijk weer teniet gedaan door de seksueel getinte fascinatie met haar vrouw-zijn.

In het Evangelie naar Maria raakt Petrus juist verblindt door haar alleen op seksuele wijze te zien. De auteur van het evangelie van Maria tekent haar anders. Zij is de discipel die Jezus’ onderwijs ten diepste kent en begrijpt. Zij wijst op de innerlijke krachten die hen gevangen houden en versterkt hun geloof dat die krachten door Jezus overwonnen zijn. Ze herinnert hen aan hun Mens zijn met een hoofdletter. Zo wordt ze getekend als degene die het begrip van de andere discipelen kan verdiepen en het hun mogelijk maakt om Jezus’ Koninkrijk te verkondigen en hun angst en verwarring te overwinnen.

Hoe zou dan een kerk eruit kunnen zien die deze Maria Magdalena serieus neemt? Het zal geen kerk zijn waar het gaat om zonde en boete en om dogma’s en regels. Het zal ook geen kerk zijn waar mannen het heilige meer vertegenwoordigen dan vrouwen.

Nee, het zal geen kerk zijn die de kleinheid van mensen benadrukt, maar juist hun grootheid. Hun mogelijkheid om van mens met een kleine letter, een Mens met een hoofdletter te worden. Een mens die weet van de alomtegenwoordige kracht van Duisternis, Begeerte, Onwetendheid en Woede, niet alleen in anderen, maar ook in jezelf. Een mens die tegelijkertijd weet van Jezus die de weg naar evenwicht en innerlijke stabiliteit heeft vrijgemaakt. Die het vertoeven bij God noemt: Rust in Stilte.

Het zal een kerk zijn die durft te lijden en die de eigen angst en verwarring onder ogen durft te zien. Geen triomfantelijke kerk, maar een kerk van vallen en opstaan. Een kerk die telkens weer, naar het Evangelie volgens Maria, durft te zeggen: Laten we de volmaakte Mens aandoen, want de Zoon des Mensen is niet dood, maar leeft en is in u en uw buurvrouw en buurman. Volg hem na. Zij die hem zoeken, zullen hem vinden.

 

Opus Dei - Escriva Works - Romana - heilige Jozefmaria - De Boog 
Gegevens over Opus Dei 
Vaticaan - Katholiek Nederland

Nedstat Basic - Gratis web site statistieken
Eigen homepage website teller