Álvaro del Portillo
Start Omhoog Giuseppe Romano Antonio Fontán Álvaro del Portillo

 

Start
Omhoog

Mgr Álvaro del Portillo was veertig jaar lang de rechterhand van de zalige Josemaría Escrivá. Na diens dood in 1975 werd mgr Del Portillo gekozen tot opvolger van de stichter aan het hoofd van het Opus Dei.

Cesare Cavalleri, columnist van het Italiaanse dagblad Avvenire en docent communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Genova, ondervroeg Álvaro del Portillo over het leven van de stichter. Hij bundelde de gesprekken in het boek Intervista sul fondatore dell'Opus Dei (Edizioni Ares, Milaan 1992). Hier volgen de vragen en antwoorden over de relatie van Josemaría Escrivá en het Opus Dei met het bewind van Franco.

En zijn betrekkingen met het Franco-regime?

Voordat ik hierop in ga, lijkt het mij noodzakelijk een alom bekende gedachte te herhalen: de activiteit en het doel van het Opus Dei zijn uitsluitend geestelijk, zoals ook de priesterlijke zending en bediening van de stichter zuiver geestelijk waren. De regering van een volk, van welk volk dan ook, en het Opus Dei zijn werkelijkheden die zich op geheel verschillende niveaus bewegen. De prelatuur spoort haar leden aan hun rechten uit te oefenen en hun plichten als christenen uit een stuk nauwgezet te vervullen, maar laat hen totaal vrij in hun mening over tijdelijke zaken. Sterker nog, zij koestert deze vrijheid: het enige criterium dat zij op dit punt aangeeft, is het volgen van de richtlijnen die de kerkelijke hiërarchie op dit gebied uitvaardigt.

Wat het franquisme aangaat, moet erop gewezen worden, dat het einde van de burgeroorlog de wederopstanding betekende van het kerkelijk leven, de katholieke organisaties en scholen, en een duidelijke positiebepaling van de hiërarchie ten gunste van Franco, die in veel kringen als «providentieel» beschouwd werd. Men hoeft alleen maar te bedenken, dat bij het einde van de burgeroorlog aan de gevels van de kathedralen in alle Spaanse steden waar een bisschop resideerde, het schild van de Falange hing met de woorden «Caídos por Dios y por España ¡presentes!», Gevallenen voor God en Spanje: present. De stichter van het Opus Dei protesteerde vaak tegen dit misbruik.
In die situatie moest de stichter, ook al erkende hij de verdiensten van Franco voor het vredesproces, aan twee gevaren het hoofd bieden: enerzijds het gebruik van het geloof als instrument voor de plannen van bepaalde groepen die de vertegenwoordiging van de katholieken in het openbare leven wilden monopoliseren; en anderzijds de neiging van sommige katholieke kringen zich van de publieke macht te bedienen als van een seculier verlengstuk van de Kerk. Alles bij elkaar twee kenmerken van het klerikalisme.

De stichter erkende altijd, dat het de uitsluitende competentie van de kerkelijke hiërarchie is de katholieken in politieke zaken aanwijzingen te geven; en daarom hield hij zich altijd ver van dat terrein. De hiërarchie moedigde de katholieken openlijk aan Franco te steunen, zozeer zelfs, dat er in verscheidene kabinetten vertegenwoordigers optraden van de Katholieke Actie en andere godsdienstige organisaties. En het klerikalisme ging zelfs zo ver, dat iemand aan zijn eigen bisschop toestemming vroeg (en verkreeg natuurlijk) alvorens een ministerspost te aanvaarden.

Toen in de jaren vijftig een paar leden van het Opus Dei onder Franco minister werden, heeft de stichter daar zijn goed- noch afkeuring over uitgesproken: zij handelden vanuit hun vrijheid als katholieke burgers, met eerbiediging van de hiërarchie, ook al waren er mensen die het Werk als zodanig politieke druk en inmenging toedichtten.

Al in de jaren veertig, bijvoorbeeld, deden enige leden van het Opus Dei mee aan concours voor universitaire leerstoelen. Daar zij goed voorbereid waren, slaagden zij zonder enige moeite, maar er kwam geen aanbeveling van buiten bij te pas. Er volgde een heftige reactie van de vijanden van de Kerk die sinds het einde van de vorige eeuw via de Institución Libre de Enseñanza de universiteiten controleerden. Het, volstrekt lasterlijke, gerucht deed de ronde, dat de leden van het Opus Dei de posten op oneerlijke wijze toegewezen gekregen hadden, terwijl het vast stond, dat zij geen enkele faciliteit genoten hadden en zelfs gediscrimineerd waren ten opzichte van kandidaten die van andere katholieke universiteiten kwamen die bij de ministers van onderwijs in de gunst stonden.

Het waren niet alleen de vijanden van de Kerk die tegenstand en onbegrip toonden. Toen de stichter in 1947 een tijdje in Spanje doorbracht om de verplaatsing van de leiding van het Werk naar Rome voor te bereiden, sprak hij bij een gelegenheid met de minister van buitenlandse zaken, Martín Artajo, die voordat hij in de regering kwam, voorzitter was van de Spaanse Katholieke Actie. De stichter vertelde later, dat de minister met grote verbazing had gezegd, dat hij niet begreep «hoe het mogelijk was zich geheel aan de Kerk te wijden, inclusief de plicht tot gehoorzaamheid, en tegelijkertijd de staat te dienen». De stichter legde hem uit, dat daar geen enkel probleem lag, omdat de materia van de aan de Kerk verschuldigde gehoorzaamheid voor hem dezelfde was als voor de andere katholieken die al dan niet aan God toegewijd waren: deze verplichting was van dezelfde orde, maar op verschillende grond. De minister bleek echter niet in staat deze heldere waarheid te begrijpen en gaf opdracht geen leden van het Opus Dei, of mensen die als zodanig beschouwd werden, tot het corps diplomatique toe te laten, ook al hadden zij het overeenkomstige concours gehaald. Tegen elke rechtvaardigheid in werd deze opdracht in verschillende gevallen uitgevoerd.

Andere katholieke organisaties gaven rechtstreeks en openlijk steun aan het regime, daardoor konden sommige mensen zich niet voorstellen, dat het Opus Dei zich anders opstelde. Niettemin verdedigde de stichter de vrijheid van mening van zijn geestelijke kinderen, en het is vanzelfsprekend dat onder de leden van het Opus Dei mensen waren die aan de kant van Franco stonden en anderen die in de oppositie waren.
Ik herinner mij de film van een stuk catechese door de stichter waarin hij vertelde niet geaarzeld te hebben zich teweer te stellen tegenover een zeer machtige man om de vrijheid van mening van een zoon van hem te verdedigen. Over die gebeurtenis zou ik wel iets meer willen weten.

Een lid van het Opus Dei had een artikel tegen het Franco-regime geschreven. De reactie van de autoriteiten was zeer hard en hij zag zich genoodzaakt in ballingschap te gaan. Daarover hoefde onze stichter zich niet uit te laten, want het ging over zaken waar hij zich niet mee bemoeide: dat was de zaak van zijn kinderen als vrije en verantwoordelijke burgers. Maar naast andere beledigingen die tegen het lid van het Werk werden geuit, werd ook gezegd, dat hij een «persoon zonder familie» was. Onze stichter reageerde toen zoals een vader die zijn kind verdedigt. Hij ging onmiddellijk naar Spanje, vroeg om een onderhoud met Franco en werd door hem ontvangen. Zonder in politieke geschilpunten te treden stelde hij met grote duidelijkheid, dat hij niet kon toestaan dat er over een zoon van hem gezegd werd, dat hij geen familie zou hebben: hij had een bovennatuurlijke familie, het Opus Dei, en hij beschouwde zich als zijn vader. Franco vroeg hem: «En als ze hem in de gevangenis zetten?» De stichter antwoordde, dat hij de beslissingen van de gerechtelijke autoriteiten zou eerbiedigen, maar dat als hij in de gevangenis zou komen, niemand hem zou kunnen verhinderen die zoon te voorzien van de geestelijke en materiële hulp de hij nodig had. Hij herhaalde dezelfde opvatting tegenover admiraal Carrero Blanco, de rechterhand van Franco. En ik moet eraan toevoegen, dat beiden zich als een heer gedroegen en getuigden van een christelijke instelling: zij erkenden dat onze stichter gelijk had.

Veel aanvallen op het Opus Dei en de vrijheid van zijn leden kwamen rechtstreeks van de instellingen van het Franco-regime, zoals de Falange.

In dit opzicht is een brief die onze stichter op 28 oktober 1966 aan minister José Solis, leider van de Falange, schreef, welsprekend:

Zeer geachte vriend,

Mij bereikt hier het gerucht van de campagne die door de onder u ressorterende pers van de Falange zeer ten onrechte tegen het Opus Dei voert.

Nogmaals herhaal ik, dat de leden van het Werk – zonder uitzondering – als het om tijdelijke zaken gaat of om theologische kwesties die niet tot de geloofsschat behoren en die de Kerk aan het vrije oordeel van de mensen overlaat, persoonlijk volstrekt vrij zijn, alsof zij niet tot het Opus Dei behoren. Daarom heeft het, als het gaat om zaken op het plan van politiek, beroep, maatschappij en dergelijke, geen zin naar buiten te brengen of iemand al dan niet bij het Opus Dei hoort, zoals het ook niet verstandig zou zijn, als het gaat om uw openbare activiteiten, uw vrouw, uw kinderen of uw familie in het geding te brengen.

Met deze dubbelhartige manier van doen zijn de publicaties bezig die hun inspiratie ontvangen van uw departement. En zo is het enige resultaat, dat zij God beledigen door het geestelijke met het wereldse te verwarren, want het moet toch duidelijk zijn dat de leiding van het Opus Dei niet in staat is de legitieme en volledige persoonlijke vrijheid van de leden in te tomen, terwijl diezelfde leiding er overigens nooit een geheim van maakt, dat ieder lid volledig verantwoordelijk is voor zijn eigen daden; en dat dientengevolge de veelsoortigheid van meningen onder de leden van het Werk een blijk is en zal zijn van de vrijheid en eens te meer een bewijs van de goede geest die hen ertoe brengt de meningen van de anderen te eerbiedigen.
Wilt u, bij het aanvallen of verdedigen van de mening of het publiek optreden van een andere burger, zo eerlijk zijn vanuit geen enkel gezichtspunt te verwijzen naar het Opus Dei? Dit is een zaak van rechtvaardigheid. Deze geestelijke familie is en kan geen partij zijn bij politieke of aardse keuzen op welk terrein dan ook, omdat de doeleinden ervan uitsluitend geestelijk van aard zijn.

Ik hoop, dat u mijn verbazing begrepen hebt, zowel over de aankondiging van de lastercampagne, als over het feit dat deze werkelijk doorgevoerd werd. Ik ben er van overtuigd dat u zich bewust bent van de dwaasheid die u begaat en van de verantwoording die u in geweten voor het goddelijk gericht zult moeten afleggen voor de dwaling die ten grondslag ligt aan het kleineren van een instelling die geen invloed uitoefent, of kan uitoefenen, op de wijze waarop haar leden verdeeld over vijf werelddelen als staatsburgers gebruik maken van hun persoonlijke vrijheid zonder daarbij hun verantwoordelijkheid uit de weg te gaan.
Ik vraag u een einde te maken aan deze campagne tegen het Opus Dei, gezien het feit, dat het Opus Dei voor niets aansprakelijk is. Doet u dit niet, dan moet ik wel aannemen, dat u mij niet begrepen hebt; dan zal duidelijk blijken, dat u niet in staat bent de vrijheid te begrijpen en te eerbiedigen, qua libertate Christus nos liberavit, de vrijheid waarmee Christus ons bevrijd heeft, de christelijke vrijheid van de medeburgers.
Voert u gerust uw strijd, ook al ben ik geen liefhebber van vechtpartijen, maar betrek in die gevechten niet wat de menselijke hartstochten te boven gaat.

Ik gebruik deze gelegenheid om u te omarmen en u en de uwen te zegenen,
in Domino.

Staat u mij toe een strikt persoonlijke mening naar voren te brengen. Het lijkt mij, dat de leden van het Opus Dei die uitsluitend op eigen verantwoordelijkheid vrijwillig met de regering van Franco meewerkten, dit deden voor het welzijn van hun land. Er waren, nu algemeen erkende, successen bij de economische sanering en bij het doorbreken van het isolement van Spanje door het op Europa te richten. Ook al weigert u aan het debat deel te nemen of openlijk meningen inzake politiek te ventileren, welk thema hield de stichter het meest bezig?

Wat hem zorgen baarde, was de opvolging van Franco. Hij aarzelde ook niet dit rechtstreeks aan betrokkene te laten weten. En hij trachtte de Spaanse bisschoppen die hem kwamen bezoeken, op dit punt opmerkzaam te maken. Onze stichter wist echter ook de aandrang van de kant van het Vaticaan te weerstaan, waar men wilde dat hij op dit punt iets zou ondernemen. Hij weigerde voor iemand te bemiddelen, omdat het zijn opdracht niet was zich in de politiek te mengen. Hij liet zijn houding in deze duidelijk, zonder kans op dubbelzinnigheden, blijken in een vertrouwelijke brief van 14 juni 1964 aan Paulus VI.

 

Opus Dei - Escriva Works - Romana - heilige Jozefmaria - De Boog 
Gegevens over Opus Dei 
Vaticaan - Katholiek Nederland

Nedstat Basic - Gratis web site statistieken
Eigen homepage website teller