Misleidingen
Start Omhoog Franco De Da Vinci Code Versterving Rijkdom en Macht Politiek Media Misleidingen

 

Start
Omhoog

dr. G.J.M. van den Aardweg, in: De heilige van het gewone, Jozefmaria Escrivá: Stichter van het Opus Dei, Prediker van de zending van de leek, Kerkvernieuwer, Zielzorger en Psycholoog met psychologische commentaren (De Boog, 2004)

Tussen Onwetendheid en Misleiding

Heilige Jozefmaria Escrivá

Het Opus Dei heeft dikwijls de associatie opgeroepen van een machtige, rijke en elitaire, oerconservatieve katholieke organisatie die “achter de schermen” grote (schadelijke) invloed uitoefent in de Kerk en hier en daar in de maatschappij. In de extreme variant van dit imago is het een soort vrijmetselarij die louche praktijken niet schuwt, of een sekte (inclusief hersenspoeling van de leden of aspirant-leden, pogingen om jonge leden van hun ouders te vervreemden e.d.). Een extreemrechtse beweging in ieder geval, die destijds aan het regiem van Franco gelieerd zou zijn geweest. En de stichter was volgens deze 'zwarte legende' ijdel en op macht belust.

Moeten we die ouwe koeien weer uit de sloot halen? Dat alles is toch allang naar het rijk der fabelen verwezen? En de heiligverklaring van de stichter in 2002, met alle voorafgaande kritische onderzoeken, is toch wel het definitieve bewijs van de ongegrondheid van de 'zwarte legende'?

Wie deze vraag stelt heeft gelijk. Hoe verder het leven van Jozefmaria Escrivá achter ons ligt en hoe meer gegevens ter beschikking komen over de tijd waarin hij het Opus Dei stichtte hoe irreëler de oude beschuldigingen er gaan uitzien, hoe onbegrijpelijker. Desondanks besteden we er hier enige aandacht aan, zij het als een toegevoegd kritisch commentaar dat voor het thema van dit boek dan wel niet wezenlijk is, maar misschien (nog steeds) wel nuttig.

De berichtgeving over de heiligverklaring van de “heilige van het gewone” in de Nederlandstalige media was in het algemeen objectief en niet onwelwillend, maar hier en daar bleek toch dat oude mythen niet zo makkelijk uitsterven. Voor een groot deel, het grootste waarschijnlijk, komt dat door onwetendheid. Er zijn nog steeds mensen die geloven wat hun jarenlang is aangepraat en zij weten dikwijls niet hoe de vork werkelijk in de steel zit. Een enkeling heeft bijvoorbeeld gesuggereerd dat er met de heiligverklaring van de stichter van het Opus Dei zou zijn gesjoemeld. Zulke veronderstellingen zijn naïef als men enigszins op de hoogte is van de procedures die voor een heiligverklaring moeten worden doorlopen. Er is trouwens niets geheimzinnigs mee, een researchjournalist of geïnteresseerde kan in principe de Acta, de getuigenverklaringen en de kritische verhoren bestuderen. Het gaat uiteindelijk alleen om de waarheid.

De stichter van het Opus Dei was de eerste om te beweren dat  “de meeste onwetend zijn, slechts weinigen slecht

Er is nog een reden om enkele stugge mythen tegen het licht te houden. De verwijten, beschuldigingen en soms regelrechte laster rond het Opus Dei en haar stichter zijn een onlosmakelijk deel van zijn leven geweest, een van zijn kruisen. Hij heeft ze zonder wrok gedragen en was de eerste om te beweren dat “de meeste onwetend zijn, slechts weinigen slecht”. Hij bad voor iedereen, droeg niemand iets na, kortom hij was een voorbeeld van christelijke vergevingsgezindheid. 

Door de 'zwarte legende' en zijn houding daartegenover concreter te kennen dringt zijn heiligheid beter tot ons door. Het is een stuk van zijn psychobiografie, zo men wil van zijn hagiografie. Niet dat zwart gemaakt worden het twijfelachtige voorrecht was van juist de stichter van het Opus Dei. Het lijkt een vast bestanddeel in het leven van verreweg de meeste heiligen. Op handen gedragen worden door de hele 'wereld' – we bedoelen het Bijbelse begrip, de 'wereldse wereld' – is er niet gauw bij. Ook dat is interessant en leerzaam. Het heeft er in veel gevallen zeker mee te maken gehad dat men op de betrokkene een vijandigheid afreageerde die eigenlijk meer was bedoeld tegen de katholieke Kerk waar hij of zij een duidelijke exponent van was.

De waarheid is hier zo eenvoudig als het maar zijn kan. Het Opus Dei is niet anders dan katholiek, dat wil zeggen, volledig katholiek, volgens de leer en de praktijk die altijd door het officiële katholicisme zijn aangehangen. Het is zuiver en alleen een religieuze organisatie binnen de Kerk die geen enkele bemoeienis heeft of mag hebben met de ideologische, politieke, maatschappelijke, of beroepsopvattingen en -activiteiten van de leden en er als organisatie ook geen opvattingen over die zaken op na houdt1. Het probeert zijn leden dichter bij God te brengen en als fulltime christenen in de wereld te leven.

Voor wie spannende, scandaleuze geheimen had verwacht moet het een anticlimax zijn erachter te komen wat het Opus Dei werkelijk is en doet.

Voor wie spannende, scandaleuze geheimen had verwacht moet het een anticlimax zijn erachter te komen wat het Opus Dei werkelijk is en doet. Vooral het feit dat het Opus Dei zich principieel buiten politieke stellingnamen houdt wil maar niet begrepen worden. Het is onzin om te beweren dat als een Opus Dei lid in een of andere politieke partij een rol speelt 'het' Opus Dei achter zijn ideeën of daden zou staan, of dat het bestuur of de organisatie van het Opus Dei hem zou promoten of iets van dien aard. De Italiaan Messori, journalistiek expert op het gebied van sekten, heeft een diepgaand onderzoek ingesteld naar aard en bedoelingen van het Opus Dei; alle archieven kunnen inzien, talloze betrokkenen geïnterviewd. In het boek waarin hij zijn conclusies rapporteert laat hij van allerlei mythen en geruchten geen spaan heel. Het Opus Dei blijkt simpel en doorzichtig, voor velen eigenlijk té simpel en dan gaan mensen gauw denken dat er méér achter moet zitten2.

Ongetwijfeld is die achterdocht voor een deel te verklaren uit het nieuwe van de ideeën van Escrivá, al was zijn leer als zodanig 'simple comme bonjour'. Het nieuwe wordt nu eenmaal gewantrouwd en aanvankelijk moeilijk begrepen. Nieuwe inzichten, waarvan men zich later niet meer kan voorstellen dat ze niet direct begrepen en aanvaard werden, stuiten als regel eerst op vooroordelen, onbegrip...en bedreigde ijdelheid. Dat is ook het lot geweest van de 'leer' van het Opus Dei en van zijn stichter.

kardinaal König

Nog in 2001 moest kardinaal König, emeritus aartsbisschop van Wenen, in een interview op deze menselijke factor wijzen: “Wat Escrivá toen verkondigde was een absolute nieuwigheid. En ondanks dat deze ideeën nu in de documenten van het Leergezag van de Kerk staan, gaat het ontvangen van deze boodschap nog langzaam. Zoals altijd als er iets nieuws komt, ontstaat er een zekere terughoudendheid. De mensen vragen zich af: ‘Wat zouden ze willen, wie zijn ze, wat zal er achter zitten?3. Echt doorgedrongen, en omgezet in praktisch handelen, is de boodschap van het Opus Dei inderdaad nog lang niet overal. Ook katholieken, leken en priesters, blijken er soms geen adequate voorstelling van te hebben.

Al is Jozefmaria heilig verklaard, de zwarte etiketten worden nog wel geplakt: 'ultraconservatief', 'fundamentalistisch', 'roomser dan de paus'. Als ze eenmaal zijn opgeplakt zitten ze meestal goed vast en duurt het lang voor ze helemaal zijn afgeweekt. Het Opus Dei is even ultraconservatief en fundamentalistisch als de katholieke Kerk, niet meer en niet minder; het is niet roomser dan de paus, maar even rooms. Dat niet weinige vrijzinnig-katholieken de Kerk graag anders zouden zien dan zij is, is een andere zaak. Maar het katholicisme van 2000 jaar verdraagt zich niet met het modernistische supermarkt-katholicisme dat uit het dogmatische en morele aanbod kiest wat aantrekkelijk wordt gevonden en in de schappen laat wat men niet zo lekker vindt. Als men uit het Nieuwe Testament en de apostelbrieven de passages en teksten zou knippen die de vrijzinnigen niet zinnen, zou er een complete gatenkaas overblijven.

Een paar zijn er slecht, velen zijn onwetend: op die manier heerst de vijand van God en van de Kerk”, was dus het realistische en scherpe inzicht van de stichter van het Opus Dei4. Dat geldt voor menige heersende misvatting – 'mythe' – over het katholicisme. Wat de in de jaren vijftig zeer bekende Amerikaanse bisschop Fulton Sheen opmerkte over de katholieke Kerk kan probleemloos op het Opus Dei en haar stichter worden toegepast: “Er zijn in de Verenigde Staten niet meer dan honderd mensen die de Kerk haten; maar er zijn er miljoenen, die haten wat zij ten onrechte menen dat de katholieke Kerk is”5. Wat kunnen we daaraan doen? “Laten we de slechten verslaan, en de geesten van de onwetenden verlichten” (Opnieuw Jozefmaria Escrivá6). Daarom publiceerde Messori zijn onderzoek over het Opus Dei onder het motto van Tertullianus: “De haat verdwijnt naarmate het begrip groeit”.

Informatie dus, in plaats van desinformatie, over enkele punten die altijd weer naar voren worden gebracht.

'Politieke macht'

Begin jaren veertig heeft de stichter van het Werk op verzoek van de bisschop van Madrid een retraite gehouden voor Franco en zijn gezin. Wat is daar mis mee? Om te beginnen was Franco (zeker toen nog) de bevrijder van de katholieken, die onder het regiem van het volksfront bloedig waren vervolgd (men denke aan de duizenden vermoorde priesters en religieuzen). In de ogen van de meerderheid van de Spanjaarden was hij de bevrijder van de communistische dictatuur, die hoogstwaarschijnlijk de weg van Stalin zou zijn opgegaan (en wij in West-Europa zouden ons eens moeten voorstellen wat voor gevolgen het voor ons zou hebben gehad als Spanje toen communistisch zou zijn geworden. Waarom wordt die vraag altijd onderdrukt?).

Maar afgezien van de politieke evaluatie van Franco (in die periode) mogen we niet vergeten dat het de taak van een priester is om te preken voor iedereen die hem wil aanhoren, zoals Johannes de Doper bij Herodes op bezoek ging; dan mag hij vanzelfsprekend de vorst niet naar de mond praten, maar dient hij het eeuwige heil van zijn ziel op het oog te hebben. Geheel vanuit deze mentaliteit heeft bijvoorbeeld de Nederlandse pater van de heilige Harten Gregorius Verdonk (1904-1980), die bekend stond als een heilige en wonderdoener, biecht gehoord en de laatste sacramenten toegediend aan de Portugese dictator Salazar7.

Het is farizeïsch om zulke daden van barmhartigheid te kritiseren, nog daargelaten dat wanneer een dictator naar een heilig levende geestelijke leidsman zou luisteren en hij een beter christen zou worden, het hele land ervan zou profiteren. Jozefmaria gedroeg zich tegenover Franco uitsluitend als zielzorger, vleide hem beslist niet en probeerde niet om een wit voetje bij hem te halen. De generaal reageerde trouwens niet bijzonder open. Hij vatte de bedoeling niet van een van Jozefmaria’s meditaties, die over de dood ging. Wat bedoeld was als een gewetensonderzoek in het licht van zijn persoonlijke dood legde hij uit als een praktisch-politieke raad. Hij merkte namelijk afstandelijk op dat hij al vaker over zijn dood had nagedacht en al maatregelen over zijn opvolging had getroffen.

Toen de bisschop van Madrid dit ter ore kwam zei hij tegen Jozefmaria: “Nu zult u in Spanje nooit meer bisschop worden”. – “Voor mij is het genoeg om priester te zijn”, antwoordde de stichter lakoniek8. In 1964 is hij vanuit Rome naar Madrid gereisd om in een onderhoud met Franco de vrijheid van meningsuiting te verdedigen van een Opus Dei lid dat het regime in een krantenartikel had bekritiseerd (daarop het land uit was gezet en van allerlei was beschuldigd). Maar met de politiek op zich heeft hij zich nooit ingelaten. Hoewel hij zich zorgen maakte over wat er in Spanje zou kunnen gebeuren na de dood van Franco wilde hij geen bemiddelaarsrol in deze kwestie spelen (schreef hij aan paus Paulus VI)9. Praktisch-politieke stellingnamen waren dus voor de stichter van het Opus Dei voorbehouden aan de persoonlijke keuze en aan het inzicht van de katholiek die in de wereld leeft, mits het algemeen belang en de christelijke waarden niet in het gedrang kwamen.

Ministers

Lopez Bravo

In de jaren vijftig zijn onder Franco enkele Opus Dei leden minister geweest: onder andere een minister van industrie, van economische zaken en van buitenlandse zaken, de toen ook bij ons vrij bekende Lopez Bravo. Over hem schreef het NRC in 1972: “(Hij) is wel eens het ‘enfant terrible’ van het Spaanse kabinet genoemd wegens zijn zeer persoonlijke optreden. Hij is lid van Opus Dei en met zijn collega Lopez Rodó, ook Opus Dei lid, de sterkste voorvechter van een ‘Apertura’, een opening naar Europa. ... Hij heeft de Spaanse buitenlandse politiek een totaal nieuwe richting gegeven”10. In totaal 8 van de 116 ministers die onder Franco hebben gediend waren lid van het Opus Dei (onder de Franco-ministers waren meer leden van andere katholieke organisaties, maar dat is nooit uitgelegd als bewijs van een complot om de macht over te nemen).

Waren die Opus Dei ministers leden van de 'Falange', de partij achter Franco? Nee. Zij waren alleen aangezocht omdat zij een goede beroepsnaam hadden, het waren de economen die men de “technocraten” ging noemen en die Franco nodig had op het moment dat de planeconomie van de Falange in de soep liep. De ergernis – en jaloezie – in de Falange was groot, ook omdat noch het Opus Dei als organisatie, noch haar stichter ooit voor deze partij had willen kiezen. De Falange had van meet af aan gedaan alsof zij dé katholieke politiek belichaamde en iedere katholiek verplicht was zich bij haar aan te sluiten.

Deze onterechte manier om het geloof voor haar karretje te spannen zinde Jozefmaria helemaal niet. Het grensde aan blasfemie, Christus was geen vaandel voor welke politieke ideologie dan ook. Daarom had hij meteen al kritiek geleverd op de aanmatigende gedenkplaquettes voor de gesneuvelden op verschillende kerken in de door Franco ingenomen gebieden, met teksten in de trant van “gestorven voor God en Spanje” en de symbolen van de Falange. Daarom zijn duidelijke vermaan: “Je moet die vorm van nationalisme verwerpen die in de weg staat van begrip en harmonie. Op veel ogenblikken van de geschiedenis is dat een van de kwalijkste barrières geweest. Je moet dat des te krachtiger verwerpen aangezien het nog schadelijker is als het voet probeert te zetten in het Lichaam van Christus, dat de eenheid van iedereen en alles in de liefde van Jezus Christus zo helder mogelijk zou moeten uitstralen11.

Vooraanstaande katholieken in de Falange, gedreven door een bepaald soort 'triomfalisme' dat in die tijd ook wel in katholieke milieus in Nederland en België leefde, begrepen deze 'vooruitstrevende' houding (die goedbeschouwd niet werkelijk 'progressief', maar klassiek-katholiek is) niet en hadden het gevoel dat het Opus Dei 'te liberaal' was, zelfs verraad pleegde aan de katholieke zaak. Zoals het vaak gaat, zij projecteerden hun eigen politieke machtsstreven – dat zich gedwarsboomd voelde – op het Werk. Zij begonnen een anti-Opus Dei campagne in de door de Falange gecontroleerde pers ('Het' Opus Dei had een politieke strategie, wilde de macht overnemen, het was een sekteachtig, in het geheim opererend genootschap in de Kerk, e.d.).

Het is ironisch dat sommige critici die laten uitkomen dat zij beslist niet 'rechts' denken, laat staan 'ultrarechts', tegenwoordig het Opus Dei om de oren slaan met precies die beweringen die uiteindelijk uit de koker van de franquisten afkomstig zijn. 'Extreemrechtse' kritiek dus, in feite. Tussen de Falange en de stichter van het Werk boterde het dus niet erg. De laatste schreef naar aanleiding van de stokerige perscampagne een protestbrief aan de voorzitter van de partij, maar die mocht in Spanje niet in de publiciteit worden gebracht.12 

Rafael Calvo Serer
(1916 - 1988) 

Toen er (in 1974) een nieuwe regering kwam die weer minder open was, werden er geen Opus Dei leden meer in opgenomen. Dan is er nog de andere kant van de medaille. Enkele dagbladen waar Opus Dei leden in schreven of die zij dirigeerden namen gaandeweg meer openlijk afstand van het Franco-bewind: El Alcazar13, Mundo, en vooraan het avondblad Madrid, waarvan de eigenaar, Calvo Serer, lid van het Opus Dei, een militant tegenstander van Franco was.

Volgens de Londense Times was Madrid op het laatst nog het “enige werkelijk onafhankelijke dagblad van de hoofdstad”. De krant werd door het regiem in 1971 opgeheven en het gebouw ging anderhalf jaar later tegen de grond. Serer moest vluchten, bleef in vooraanstaande kranten anti-Franco artikelen schrijven en “speelde een actieve rol in de Democratische Junta, een coalitie van clandestiene democratische partijen die voorbereidingen trof voor de toekomst” en waar zelfs de leider van de communisten deel van uitmaakte.

Serer’s “pionierarbeid ... heeft geholpen om de fundering te leggen voor de huidige bloeiende persvrijheid (in Spanje)”14. Historici die niets met het Opus Dei 'hebben' wijzen dan ook in Le Monde de “legende van de Opus Dei steun aan Franco15 af (zie ook Preston’s biografie van Franco16).

Het is een kwestie van rechtvaardigheid om de goede naam van de enkele leden van het Werk die in kabinetten van Franco hebben gezeten in ere te herstellen. Niemand kan van hen beweren dat zij hun eigen macht of glorie hebben gezocht, zij hebben in de omstandigheden van die tijd geprobeerd hun land naar eer en geweten te dienen. Dat betekende voor hen werken aan een hervorming van binnenuit, terwijl de even eerzame katholieken in de oppositie kozen voor de hervorming van buitenaf.

Over de juistheid of effectiviteit van hun praktische keuzen kunnen historici hun mening vormen – en die lijkt niet negatief uit te vallen –, maar er is geen enkele grond om deze mensen te bekladden, of de organisatie waar zij lid van waren. We zouden de zaak overigens ook wel eens van de andere kant kunnen bekijken en ons kunnen afvragen of Spanje al niet eerder zou zijn gedemocratiseerd als die vakministers – die ook lid van het Opus Dei waren – meer tijd en medestanders hadden gekregen.

Een religieuze sekte

In een interview in 1968 sprak Jozefmaria in dit verband over een “hardnekkige en systematische lastercampagne”, die terugging op een invloedrijke Spaanse geestelijke in Barcelona, “die later uit zijn orde (de jezuïeten) en uit de Kerk trad, ... trouwde en nu een protestantse dominee is17. Weer dezelfde aantijgingen: het Werk opereerde in het geheim, was uit op macht (in Kerk en maatschappij) en op geld, indoctrineerde, ronselde jongeren, onderdrukte de vrijheid van de leden. Waarom bleef het niet bij een enkele vijandige oprisping, maar was het een “systematische campagne”?

kardinaal Höffner
(1906 - 1987)

In 1984 stelde de aartsbisschop van Keulen, kardinaal Höffner, zich deze vraag in een interview. Hij stemde in met het antwoord dat een kardinaal in Rome die al jaren de taak had het Opus Dei te bestuderen, hem kort tevoren had gegeven: “Het is het schuldige geweten van de critici zelf18. Hij bedoelde dat de leerstellige en morele orthodoxie (in dit geval van het Opus Dei) het geweten aanspreekt en dat sommigen die dat niet willen met beschuldigingen gaan reageren tegen de aansprekende instantie. In een enkel geval is deze beschuldigingsneiging haast obsessief, het lijkt of “het Opus Dei” hen blíjft achtervolgen en zij er een vendetta tegen moeten voeren.

Dit kan zich helaas ook voordoen bij sommigen die hun roeping niet vast wisten te houden maar met dat feit niet in het reine konden komen, een bekend verschijnsel bij allerlei religieuze roepingen, en bij echtscheidingen. De heilige Gerardus werd eens door een uitgetreden zuster die haar mislukking niet kon verkroppen, Nerea Caggiano, zo geraffineerd (via haar biechtvader) belasterd, dat zelfs de stichter van de redemptoristen, Alfonsus van Liguori, er wel in moest geloven, hem bestrafte en te schande maakte. Afweer tegen een “kwaad geweten” had Nerea tot haar misstap aangezet. Gelukkig echter kon ze de stem van haar geweten niet meer uithouden (blijven verdringen) en enkele maanden later bekende ze (“Mijn zoon, waarom heb je niets gezegd, geen woord, om je onschuld te betuigen?”, vroeg een opgeluchte Alfonsus aan Gerardus. “Vader, hoe zou ik dat hebben moeten doen, want de regel van de orde verbiedt om zich tegen een berisping te verdedigen?”, was de wedervraag van de broeder19).

In de geschiedenis van het Werk komen enkele enigszins vergelijkbare affaires voor. Zij zouden als betreurenswaardige persoonlijke nederlagen beter met de mantel der liefde bedekt kunnen worden, ware het niet dat zij gretig zijn opgepakt en als 'bewijs' van de sektetheorie rondgebazuind door publicisten die het katholicisme, en het Opus Dei in het bijzonder, geen goed hart toedroegen. Vaker duikt dan de naam op van het voormalige Opus Dei lid Carmen Tapia, jarenlang een kroongetuige van de sekte-mythe. Zij zou in de Romeinse zetel van het Opus Dei vrijwel gevangen zijn gehouden en van haar mensenrechten zijn beroofd en zou weet hebben van “andere leden” die door de methoden van het Werk hetzij gek waren geworden of suïcide hadden gepleegd. Zelf zou zij tenslotte rücksichtslos en zonder reden zijn weggestuurd (De affaire speelde in de jaren zestig).

Geheel betrouwbare ooggetuigen die haar persoonlijke wedervaren van nabij hebben meegemaakt bestempelden haar echter als een fantaste. Met name door Jozefmaria zelf is zij steeds met de grootste voorkomendheid en tact behandeld, maar er was geen land met haar te bezeilen. Ze was uit Venezuela teruggeroepen omdat zij jongere vrouwen tiranniseerde en wegens “moreel onaanvaardbaar” gedrag. In haar eigen lezing worden deze dingen verzwegen. Ook dat zij in de gelegenheid was gesteld haar klachten buiten het Opus Dei aan de onafhankelijke kerkelijke rechtbank voor te leggen (Wat ze had geweigerd). De verhalen over zelfmoord e.d. van medeleden waren verzinsels, evenals enkele andere “schandalen” die zij zou hebben meegemaakt20. Zelfmoord ten gevolge van de indoctrinatie van het Opus Dei, dat is inderdaad een effectieve insinuatie. Het is een van de items waarop de sektetheorie kan gedijen. Zulke geruchten zijn in omloop gebracht over Opus Dei leden of ex-leden in Kenia, eveneens uit de duim gezogen21.

Wat Carmen Tapia betreft, onverwacht heeft zij, overigens wat ambigu, een andere houding aangenomen; zij verklaarde tegenover het Italiaanse persbureau ANSA dat zij blij was met de heiligverklaring van de stichter. Jozefmaria trof geen blaam, hij zou slechts verkeerd over haar geïnformeerd zijn geweest, zij had slechts willen attenderen op “enkele, in mijn ogen onrechtvaardige, handelingen van concrete personen ... uit die tijd22. Maar waarom heeft zij zich dan al die jaren laten lenen voor lastercampagnes, waarom geen correcties van haar valse voorstelling van zaken rond haar uittreding en van de andere verzinsels in haar boek?

Banco Ambrosiano

Tot de verhalen die af en toe nog steeds terugkeren, hoort dat het Opus Dei betrokken zou zijn geweest bij de in de jaren tachtig in opspraak gekomen Banco Ambrosiano of bij de manipulaties van bankdirecteur Calvi (Maar geen enkel Opus Dei lid had iets te maken, noch met de bank, noch met Calvi en zijn activiteiten23). Of dat Mgr. Escrivá de Chileense dictator Pinochet de hand zou hebben geschud (“Zie je wel, hij was een fascist!” De twee hebben echter nooit contact met elkaar gehad en Pinochet, noch zijn omgeving, hebben ooit enige relatie met het Werk gehad).

Volgens recentere verzinsels zou men een loopje hebben genomen met de bewijsvoering van de wonderen voor de zalig- en heiligverklaring; het Opus Dei zou de betreffende commissies hebben gemanipuleerd, of de paus hebben omgekocht, zodat deze een marionet van de organisatie zou zijn geworden (Ook in enkele Nederlandstalige kranten zijn dergelijke losse flodders rond de heiligverklaring van 6 oktober 2002 afgevuurd, maar het is de vraag of ze veel indruk hebben gemaakt). Het omgekeerde wordt ook beweerd: niet de paus is in de macht van het Opus Dei, maar het Opus Dei is een geheim (vanzelfsprekend, geheim!) wapen in de hand van het Vaticaan dat “zijn morele code niet alleen aan katholieken wil opleggen, maar ... aan de hele (wereld)bevolking24.

Terugkomend op het “gesjoemel” met genezingen: die bewering vraagt ons om te geloven dat de geraadpleegde artsen-specialisten die unaniem het “medisch onverklaarbaar” hebben uitgesproken allen ondeskundig óf corrupt waren. Het is makkelijk om zoiets in het wilde weg te beweren, maar durven degenen die dat doen het aan om de medische dossiers aan een second opinion onderzoek te onderwerpen (Hier zou toch voor de critici een mooie kans moeten liggen om de lichtvaardigheid van de Kerk aan de kaak te stellen)?

De diepere beweegredenen van de stemmingmakerij tegen het Opus Dei hebben meer met de katholieke Kerk en haar moraalverkondiging in de moderne wereld te maken dan met de stichting en de persoon van de heilige Jozefmaria Escrivá als zodanig. Deze aap komt bijvoorbeeld uit de mouw in een alarmistisch stuk van een 'katholieke' Amerikaanse pro-abortus organisatie ('Catholics for a Free Choice'): het Opus Dei wil de liberale wetten van de Staat in haar richting terugbuigen en 'de vrouw' weer onderdrukken25. Een schending van het principe dat Kerk en Staat gescheiden moeten zijn! Alsof katholieken niet zouden mogen ijveren voor wetten die de moraal eerbiedigen.

De openbare kritiek op het Opus Dei treft alles wat 'orthodox' katholiek is in gelijke mate. Het is een element in de geestelijke strijd die in de wereld gaande is tussen modern nieuw heidendom en autonome moraal aan de ene kant en het echte christendom dat opkomt voor een “beschaving van het leven en van de liefde” (Evangelium Vitae) aan de andere. Het brandpunt van die spirituele oorlog is de seksuele- en de huwelijks- en gezinsmoraal. Bijbel- en moraalgetrouwe christenen krijgen om die reden het valse imago opgedrukt van 'fundamentalisme', 'fascisme' en 'gevaar voor de volksgezondheid'. Zij zouden eigenlijk geen belangrijke openbare en maatschappelijke functies mogen bekleden omdat zij hun middeleeuwse moraal aan anderen zouden opleggen.

Moeder Teresa

De pijlen die op het Opus Dei worden gericht worden daarom ook gericht op pater Pio26 en moeder Teresa (“een demagoge ... perfect symbool van het vroegere extreemkatholieke rechts27). Dit is dikwijls geen loutere onwetendheid meer of naïef geloof in vooroordelen. Er is soms sprake van welbewuste demonisering van personen en groepen wier appèl aan het geweten men niet kan uitstaan, het duistere in de mens is nu eenmaal lichtschuw.

Tegen Jozefmaria Escrivá en zijn volgelingen wordt uit dezelfde hoeken met modder gegooid waar de belastering van de pausen vandaan komt: het vrijdenkende links-liberalisme buiten de Kerk en de opstandige vrijzinnigheid in de Kerk zelf. Het geloof dat bijvoorbeeld door velen wordt gehecht aan de uit die kringen afkomstige leugens over de zogenaamde nazi-collaboratie van paus Pius XII en zijn “nalatigheid” tegenover de uitroeiing van de joden bewijst dat de moderne westerse mensheid nog even sterk door de media kan worden gemanipuleerd als ten tijde van Goebbels (Terwijl de historische waarheid niet moeilijk te vinden is. “Alleen de -katholieke- Kerk heeft zich openlijk tegen de nazi’s uitgesproken”, zei Einstein in 194028; Pius XII heeft met zijn veelvuldige acties achter de schermen 860.000 joden gered, van de 2 miljoen die aan Hitler zijn ontkomen, geen enkel westers land of internationale organisatie heeft ook maar bij benadering gepresteerd wat hij op dit gebied heeft gedaan!29).

De historische waarheid interesseert de echte lasteraars niet, wél de huidige morele invloed van het pausdom en van het orthodoxe katholicisme en daarom moeten beide verdacht worden gemaakt. Het gaat hun uiteindelijk om de huwelijkse en seksuele (on)moraal, anticonceptie, abortus en euthanasie. De antikatholieke propaganda, die de katholieke Kerk, haar leider en haar organisaties wil opschepen met het ken. De rest is dan bijzaak.

Men kan bijvoorbeeld kritisch zijn ten aanzien van, of moeite hebben met, op zich ondergeschikte punten – voetnoten eigenlijk in vergelijking met het wezen van de zaak –, ten aanzien van sommige gewoonten in de organisatie, of ten aanzien van aspecten van de 'huisstijl' die het stempel dragen van het sociale en culturele Spaanse milieu waarin het Opus Dei destijds is ontstaan. Een kwestie van smaak. Natuurlijk zal het Werk een meer landseigen gezicht krijgen naarmate er in de verschillende landen meer autochtone leden zullen komen en dat zonder dat de eenheid van stijl en tradities waaraan het Werk over de hele wereld moet kunnen worden herkend en die het karakter van een wereldwijde familie moet waarborgen, in gevaar komt.

De draagwijdte van het leven en Werk van Jozefmaria Escrivá zal pas in de toekomst duidelijk worden. “Heiligen zullen de wereld (moeten) redden”. Nemen we geen genoegen met oppervlakkige en gemakzuchtige beschouwingen over de oorzaken van de huidige beschavingscrisis, dan moeten we toegeven dat Johan Huizinga gelijk had toen hij in 1945 neerschreef dat het moreel en geestelijk vervallen Westen alleen weer gezond kan worden als het christendom terugkeert. Er is eenvoudigweg geen reëel alternatief te bedenken. Maar hoe wordt de wereld, in de eerste plaats Europa, weer diepchristelijk, waar moeten de heiligen vandaan komen? Jozefmaria heeft daar met het Werk Gods een concreet antwoord op gegeven. Natuurlijk niet het enige antwoord dat mogelijk is, maar wel een praktisch antwoord voor christenen die gewoon in de wereld leven.

Een antwoord dat hoge eisen stelt, het ideaal van heiligheid-voor-iedereen lijkt een utopie, maar het is Christus die het heeft voorgehouden, het is volkomen Bijbels. Hoe meer mensen de weg van deze heilige Jozefmaria gaan volgen door te proberen hun alledaagse leven in alle facetten voor God en de naaste te leven, hoe meer gezondheid er in de bloedbaan van onze doodzieke maatschappij zal worden ingebracht. Hoe meer menselijkheid en innerlijk geluk in een wereld die daar bijna niet meer in kan geloven.

Noten

  1. H. Jozefmaria Escrivá. Gesprekken met Mgr. Escrivá. Amsterdam: de Boog, 1990, nr 65.
  2. Messori, V. Opus Dei: Een onderzoek. Oegstgeest / Amsterdam: Colomba / De Boog, 1997, 122.
  3. König, F. Interview in La Vanguardia, Barcelona, 21-12-2001
  4. H. Jozefmaria Escrivá. De Smidse. Amsterdam: de Boog, alle ed., nr 635.
  5. Hahn, S. & Hahn, K. Rome ons thuis. Amsterdam: De Boog, 2001, 13. 
  6. H. Jozefmaria Escrivá. De Smidse. Amsterdam: de Boog, alle ed., nr 635. 
  7. van Westerhoven, J. In: Rotonde, 1980, 28. Bavel: Provincie van de Congregatie van de H.H. Harten, 12-13.
  8. Romano, in: Messori, hfdst 17, 217.
  9. Romano, in: Messori, 218.
  10. NRC, 16-2-1972.
  11. H. Jozefmaria Escrivá. De Smidse. Amsterdam: de Boog, alle ed., nr 879.
  12. Romano, in: Messori, 212.
  13. De Volkskrant, 8-10-1968.
  14. The London Times, 21-4-1988.
  15. Le Monde, 4-10-2002.
  16. Preston, P. Franco: A biography. Londen: Harper Collins, 1993
  17. Gesprekken met Mgr Escrivá. Amsterdam: de Boog, 1990, nr 64. 
  18. Hoeffner, J. Opus Dei and its critics. New Rochelle NY: Scepter, 1984, 8. 
  19. Rey-Mermet, Th. Der heilige Gerhard Majella. Hauteville (CH): Parvis Verlag, 1992, 100-104.
  20. Kucking, M. A proposito di un libro di Maria Carmen Tapia. Rome: 1992
  21. O’Connor, W. Opus Dei: An open book. Dublin: The Mercier Press, 1991, 127.
  22. ANSA
  23. O’Connor, W. Opus Dei: An open book. Dublin: The Mercier Press, 1991, 141.
  24. Catholics for a Free Choice, Opus Dei: The Pope’s right arm in Europe. www.igc.org , 11-8-1998
  25. idem.
  26. Terzi, A. Giú le mani da padre Pio (Handen af van pater Pio). Studi Cattolici, 1999, 463, 602-603
  27. Corriere della Sera, 8-11-1994.
  28. McInerny, R. The defamation of Pius XII. South Bend IN: St. Augustine’s Press, 2001, 35.
  29. McInerny, R. The defamation of Pius XII. South Bend IN: St. Augustine’s Press, 2001, 181.
  30. Persoonlijke mededeling mevr. Atsma, Amsterdam, die een archiefstudie heeft gemaakt over de verhouding tussen het Amsterdamse stadsbestuur en de schuilkerken tijdens de Reformatie.
 
 

Opus Dei - Escriva Works - Romana - heilige Jozefmaria - De Boog 
Gegevens over Opus Dei 
Vaticaan - Katholiek Nederland

Nedstat Basic - Gratis web site statistieken
Eigen homepage website teller