Álvaro del Portillo
Start Omhoog Citaten Álvaro del Portillo Salvador Bernal José María Casciaro Le Tourneau Vraag & Antwoord

 

Start
Omhoog

Wat dacht Escrivá over vrijheid, burgerrechten, communisme en nazisme?

Cesare Cavalleri, columnist van het Italiaanse dagblad Avvenire en docent communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Genova, ondervroeg Álvaro del Portillo, opvolger van de zalige Josemaría Escrivá aan het hoofd van het Opus Dei, over het leven van de stichter. Hier volgen twee vragen en antwoorden uit zijn boek Intervista sul fondatore dell'Opus Dei (Edizioni Ares, Milaan 1992) over wat Josemaría Escrivá dacht over vrijheid, burgerrechten, communisme en nazisme.

In zijn opvatting over burgerrechten was de stichter van het Opus Dei, de zalige Josemaría Escrivá, zeer duidelijk, ook wat betreft het opereren in de politiek. De leden van het Werk hebben, net als in alle tijdelijke zaken, dezelfde vrijheid, dezelfde rechten en plichten als andere katholieke burgers. Dit standpunt werd soms niet goed begrepen vanwege de situatie in Spanje. Kunt u met een paar concrete voorbeelden aangeven wat de houding van de stichter was tegenover het communisme en het nazisme?

In zijn houding tegenover marxisme en communisme was de stichter altijd trouw aan het onderricht van het kerkelijk Leergezag over deze ideologieën. En wanneer de omstandigheden hem daartoe noodzaakten, maakte hij dit standpunt publiekelijk kenbaar. Zijn weerstand was niet het gevolg van de moeilijkheden die hij persoonlijk onder de communistische dictatuur in Spanje heeft moeten doormaken die had hij van meet af aan vergeven maar was gebaseerd op het atheïsme en het onmenselijke en antireligieuze karakter van deze doctrine.

Met name aan het begin van de zestiger jaren en dan vooral in zijn catechese voor het Iberisch Schiereiland en Latijns-Amerika heeft onze stichter zich gemaakt tot de spreekbuis van het door Paulus VI telkens herhaalde onderricht en van de inhoudelijke veroordelingen in documenten van de bevoegde Romeinse dicasteries tegenover de stromingen die het christendom met het marxisme wilden verzoenen.

Voor het overige is het voldoende te citeren uit een homilie die hij in 1963 gehouden heeft; daaruit blijkt heel duidelijk zijn houding tegenover het communisme: «Juist daarom is het van belang te herhalen ik begeef me hier niet in de politiek, maar ik voeg me naar de leer van de Kerk dat het marxisme onverenigbaar is met het geloof in Christus. Bestaat er iets dat meer tegenstrijdig is met het geloof dan een systeem dat alles baseert op het uit de ziel verwijderen van de beminnende aanwezigheid van God? Roep het met luide stem, zodat uw stem duidelijk gehoord wordt, om gerechtigheid te bedrijven hebben wij het marxisme op geen enkele wijze nodig. Integendeel, deze grove dwaling werpt, door de louter materialistische oplossingen ervan, belemmeringen op voor het bereiken van het geluk en de ontspanning tussen de mensen. Binnen het christendom vinden wij het goede licht dat altijd een antwoord geeft op alle problemen: wij hoeven alleen maar oprecht te proberen katholiek te zijn, non verbo neque lingua, sed opere et veritate, niet met woorden en leuzen, maar met daden en waarheid. Zeg het elke keer als de gelegenheid zich voordoet zoek de gelegenheid, als het nodig is zonder terughoudendheid, zonder vrees.» (Vrienden van God, 171)

Het grootste deel van de Spanjaarden koesterde aan het eind van de jaren dertig, na de treurige ervaringen van de burgeroorlog een hartgrondig vooroordeel tegen het communisme. Met het nationaal-socialisme ging het totaal anders. Om de een of andere reden verzweeg de officiële voorlichting niet alleen de misdaden van de nazi's, maar verbood in Spanje ook de publicatie van de pauselijke veroordeling ervan. Daarom vond onze stichter het uit hoofde van zijn priesterambt nodig zich meer dan eens uit te spreken tegen het nazisme. Juist omdat men in bepaalde kringen die in Spanje in aanzien stonden, met sympathie keek naar het regime in Duitsland, voelde hij het als zijn plicht de mensen wakker te schudden die geen aandacht gaven aan de aberraties van die ideologie. Hij keerde zich niet alleen tegen het totalitarisme ervan, maar ook tegen de vervolging en discriminatie van joden, katholieken, en al die anderen, en tegen de heidense teneur van de nazistische rassendenkbeelden. Geen inspanning was hem teveel om bekendheid te geven aan de kerkelijke veroordeling en de tekst ervan in eigen kring te verspreiden.

Anderzijds waren er kranten die, niet lang geleden, gewag maakten van een zekere ‘sympathie’ van de stichter voor het nazisme, wat ze overigens direct daarna weer terugnamen.

Dat is min of meer een contradictio in terminis. Maar ik laat liever een getuige aan het woord, die mij juist tijdens deze lastercampagne bereikte. (Even tussendoor: in dit soort gevallen volgen wij het voorbeeld van de stichter en dat is, van meet af aan vergeven, bidden voor de lasteraars, de waarheid bevestigen, en vooral «het kwaad verstikken in een overdaad aan goedheid», in de overtuiging dat de waarheid altijd aan het licht zal komen.) Welnu, op 9 januari 1992 schreef Domingo Díaz-Ambrona mij uit Madrid: «Ik heb de toekomstige zalige tijdens de Spaanse burgeroorlog leren kennen. Ik was destijds op de vlucht en had met mijn vrouw asiel gekregen in de Cubaanse ambassade. Tijdens ons verblijf daar kondigde zich de geboorte aan van onze dochter Guadelupe die op 3 september 1937 werd geboren in het nu niet meer bestaande Sanatorio Riesgo dat toen onder bescherming stond van de Engelse vlag. Door de omstandigheden waarin het land zich bevond, konden we haar niet laten dopen en dat vertelde ik aan een goede vriend van mij, José María Albareda.

Een paar dagen later vertelde José María Albareda mij, dat er op een bepaalde dag een met hem bevriende priester zou komen om het doopsel toe te dienen. Vol vertrouwen in de bescherming die de Engelse vlag van het ziekenhuis ons bood, nodigde ik de peetouders en nog een paar vrienden uit voor de gebeurtenis. Om vijf uur 's middags diende de priester zich aan, twee uur eerder dan afgesproken was. Hij had maar precies genoeg tijd voor de doop. Alles ging zo snel, dat we niet eens zijn naam gevraagd hebben. Zijn gedrag was voor allen in die moeilijke tijden een les in voorzichtigheid. Ik wilde, dat hij even zou blijven, maar hij antwoordde: ‘er zijn veel zielen die mij nodig hebben’.

Pas later ben ik me gaan realiseren, dat het in het sociale en politieke klimaat van die tijd voor een priester met twijfelachtige persoonsbewijzen zeer gevaarlijk was en dat hij toch een intensieve apostolische arbeid ontplooide: hij nam veel mensen de biecht af vaak met gevaar voor eigen leven , hij hield bezinningsdagen, telkens op een andere plaats en zorgde voor een groep nonnen die van de vervolging te lijden hadden.

Door de genoemde omstandigheden wist ik toen niet om wie het ging. Daar kwam ik pas later achter tijdens een toevallige ontmoeting in de trein van Madrid naar Avila, in augustus 1941. Ik reisde met mijn vrouw en mijn dochtertje van vier jaar, toen don Josemaría zodra hij ons zag, onze coupé binnenkwam en zei: ‘Dat meisje heb ik gedoopt’. We begroeten elkaar, hij stelde zich voor. Even later zaten we te praten over wat er toen was voorgevallen. Wij ontmoeten elkaar op een beslissend moment in de geschiedenis van Europa: ik herinner me, dat ik zo snel mogelijk in Navas del Marqués wilde aankomen om via de radio te horen hoe het stond met de opmars van de Duitse troepen in Rusland.

Ik vertelde, dat ik juist teruggekomen was van een reis naar Duitsland en dat ik daar had kunnen zien hoe bang de katholieken waren om voor hun godsdienstige overtuiging uit te komen. Dat had mij afstand doen nemen van het nationaal-socialisme. Maar als voor zovele Spanjaarden waren de negatieve aspecten van het systeem en de filosofie van de nazi's voor mij verborgen gebleven door de propaganda waarin Duitsland zich voordeed als de macht die aan het communisme een eind zou maken. En ik vroeg hem naar zijn mening.

Na alles wat ik zojuist gezegd heb, was ik toentertijd volledig verbaasd door het scherpe antwoord van die priester die zeer goed op de hoogte was van de situatie van de Kerk en de katholieken onder het regime van Hitler. Monseigneur Escrivá stelde zich met grote stelligheid teweer tegen dit antichristelijke regime, en met een heftigheid waaruit zijn grote liefde voor de vrijheid duidelijk bleek. Ik kan niet nalaten op te merken, dat het toen in Spanje niet makkelijk was mensen tegen te komen die met zoveel overtuiging het nazi-systeem veroordeelden en de antichristelijke wortels ervan zo duidelijk aan de kaak steden. Daarom is dit gesprek, dat plaatsvond op een moment in de geschiedenis waarop alle misdaden van het nazisme nog niet bekend waren, mij altijd bijgebleven.

Een hele tijd later vertelde ik mijn vriend José María Albareda van deze ontmoeting en hoorde toen, dat ik met de stichter van het Opus Dei gesproken had.

Ik ben niet van het Opus Dei, maar op grond van mijn persoonlijke ervaring kan ik zeggen, dat wie in deze zaak over het gedachtengoed van Josemaría Escrivá de Balaguer een andere mening aanhangt, alleen maar tevergeefs tracht het heilige leven van de toekomstige zalige die zo hartstochtelijk van de vrijheid hield, in een verkeerd daglicht te stellen.»

Vanzelfsprekend maakte de stichter een onderscheid tussen het nazisme en het Duitse volk. Juist omdat hij een bijzondere genegenheid voor dat volk voelde een gevoel dat hij van zijn vader geërfd had deed het hem veel pijn te zien, dat het onderworpen was aan die waanzinnige dictatuur. En zijn verdriet werd groter door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

 

Opus Dei - Escriva Works - Romana - heilige Jozefmaria - De Boog 
Gegevens over Opus Dei 
Vaticaan - Katholiek Nederland

Nedstat Basic - Gratis web site statistieken
Eigen homepage website teller